Ik schijn iets te hebben met telefonische verkopers. Eigenlijk met vrijwel alle telefonisten. Zowel degenen die op de meest wonderlijke wijzen mijn jaarlijks veranderende telefoonnummer weten te vinden, als diegenen waar ik 90ct per minuut voor betaal als ik in hoge nood een service nummer bel.
In de afgelopen twee weken heb ik er vier gesproken. Ik zal ze eens doornemen, in toenemende mate van leukheid.
Allereerst was er Paulien. Paulien werkte bij mijn energieleverancier en ik had haar nodig voor een controle van mijn geiser en verwarming. Na haar gebeld te hebben op haar 0900 nummer kreeg ik de melding dat het nummer geen winstoogmerk had en voor slechts 10 cent per minuut mocht ik met haar kletsen. Paulien had op school erg goed leren articuleren, en omdat te bewijzen voerde ze een fijne show voor mij op.
“Goe-den-mor-gun mevrouw. Wat ont-zè-tund fijn dat u belt naar on-zuh warm-tuh-ser-vies”. Tussen de lettergrepen in haar zinnen zaten net zulke lange pauzes als tussen de woorden, waardoor ik sterk begon te twijfelen of Paulien geen cassettebandje was. Toen ze na ieder van mijn 4 vragen riep:
“Wat een goede vraag mevrouw!” besloot ik om terug te praten alsof Paulien een belspelletje bij Veronica presenteerde, waarna het gesprek uitstekend verliep. Ik denk dat het bedrijf inderdaad geen winst maakte op Paulien.
Erna was de tweede die ik sprak. Terwijl ik op de tram stond te wachten belde zij op om eens de voorwaarden van een uitvaartverzekering door te spreken. Niet dat ik er nu één nodig zou hebben, maar Erna verkocht die dingen nou eenmaal. Dat dit geen droevig gesprek hoefde te zijn bewees ze in een gesprek dat tot aan station Duivendrecht duurde. Na flink wat gegiebel over mijn visie op rouwadvertenties en een notitie dat ik al mijn 375 hyves vrienden op de uitvaart verwachte, wist Erna mij te vertellen dat zij op begrafenissen altijd rondkeek welke persoon er het slechtst uitzag, en dus waarschijnlijk de volgende zou zijn. Daarna informeerde ik nog naar haar muzieksmaak tijdens de rouwdienst, vernam ik dat zij altijd met haar collega naar het werk reed en dat ze onlangs overgeplaatst was naar een andere afdeling. Ik besloot dat ik Erna een toppertje in haar werk vond en sloot gelijk een verzekering bij haar af.
De week daarop belde Gijs mij. Gijs was weer van de energieleverancier, maar dit keer van de afdeling onderhoudscontracten. Ik gaf aan dat ik graag een servicecontract voor mijn moederhaard wilde afsluiten en ook maar meteen één voor mijn geiser. Of het lag aan Gijs, aan ruis op de lijn of het feit dat ik niet zo goed articuleerde als zijn collega Paulien weet ik niet. Maar de volgende vraag die Gijs stelde was wat de naam was van mijn moeder, en wat voor een haard mijn mams had. Ok, ik geef het toe, het is niet heel aardig maar ik heb Gijs ongeveer een minuut lang uitgelachen. Mijn excuus is dat ik erbij moest huilen en echt niet uit mezelf kon ophouden. Lieve Gijs zei zeker 5 keer sorry, en dat sierde hem. Ik deed dat namelijk niet.
Mijn laatste belmaat was Rob. Hij belde om de opgestuurde polis van mijn uitvaartverzekering door te nemen. In een grandioze belmarathon van 1 uur en 7 minuten heb ik met Rob zijn en mijn hele hebben-en-houwen doorgesproken. Het was zaterdagochtend, slecht weer, en we hadden allebei niets beters te doen. In dit dagdeel kwam ik erachter dat Rob halverwege de 30 was, ook in Amsterdam woonde, morgen naar een festival in Almere ging en met mij wel een bedrijfje in bakfietsbegrafenissen wilde opzetten. Bij Rob heb ik uiteindelijk mijn verzekering afgesloten. Hij was het eens met mijn besluit om alleen vieze tofu broodjes te serveren tijdens de uitvaart, een witte kist met roze bloemen te bestellen, slechts een minimale rouwadvertentie op te nemen (
That’s why!) en om maar 1 kistdrager te bestellen. Dit laatste is gebaseerd op mijn theorie dat mijn hulpvaardige vrienden vast wel bijspringen wanneer ze die ene arme man aan de kist zien sjorren.
Gisteren realiseerde ik me dat ik minstens 2,5 uur aan deze gesprekken besteed had, waarbij ik het grootste deel van de tijd over andermans koetjes en kalfjes heb gekletst. Een korte berekening en babbelboxen check op internet leert dat ik hier goud geld mee kan verdienen! Ik denk dat ik Telfort eens ga bellen voor een aanpassing van mijn telefoonlijn. Wanneer u mij vanaf volgende week belt kost ik 90 ct per minuut.
Mijn Gastenboek vol met zeer gewaardeerde bijdrages