donderdag 19 februari 2009

Supermarktpersoneel

Nu Albert Heijn toch echt een monopoliepositie heeft bemachtigd in mijn dagelijkse boodschappen routine beginnen ineens zaken op te vallen die ik eerder niet opmerkte. Ik begin, zeg maar, de fijne details van deze wondere blauwe wereld op te merken.

Wanneer ik de winkel binnenschoot zag ik wel eens een man in bruine jas bij de ingang staan maar sinds een paar weken merk ik op dat hij er echt iedere dag staat. Met een krantje en een bakje voor geld begroet hij iedere klant in de hoop hun eerste of laatste uitgave te zijn. Ik neem nooit de moeite kleingeld op zak te hebben dus naast een glimlach ontvangt de man niet veel van me.

Daarnaast is me duidelijk geworden dat de beginnerscursus ‘Goedemiddag, heeft u een bonuskaart, spaart u zegels, wilt u voetbalplaatjes?’en ‘ Tot ziens, fijne avond!’ er hier niet is ingeramd. Terwijl ik dit als 15-jarige nog een middag achter een computer heb moeten oefenen voordat ik mijn blauwe kassasjaaltje kreeg is de beleefdheid hier ver te zoeken. Bellen met collega’s, 180graden gedraaid achter de kassa zitten en uitroepen als ‘F*ck haar! Beter dat ze morgen op tijd komt’ lijken hier meer protocol.

Ook de regel ‘Drie in de rij, kassa erbij’ geldt hier niet. Regelmatig sta ik tot ver in het gangpad te wachten om af te rekenen. Het is niet helemaal eerlijk om het zo uit te drukken. De winkel is zo klein en de kassa’s zo kort dat je al snel impulsaankopen uit het diepvriesvak achterin de zaak gaat doen wanneer je staat te wachten, maar toch. Geen extra kassa’s.

Vorige week was het weer zo ver. De rijen werden langer en langer en de caissières scanden voor het vaderland. Toen ik aan de beurt kwam scande een meisje mijn boodschappen zo snel dat mijn broccoli tussen de winterpenen van de man voor mij verdween. Wanhopig probeerde ik oogcontact te maken met de caissière, maar zij was te druk haar weekendplannen te bespreken met het grietje achter haar.

Ik pinde mijn boodschappen, probeerde met handen en voeten duidelijk te maken dat ik een bon wilde en begon mijn spullen uit de berg van mijn voorganger te vissen. Na mij probeerde een jongen zijn bonuskaart onder de aandacht te brengen van de caissière en ik zag met lede ogen aan dat ook zijn boodschappen in onze chaos verdwenen. Ik pakte een pizzadoos die mijn kant op vloog en schoof hem ruw terug richting het scanapparaat. Even keek het meisje op maar al snel ging ze, zonder een woord te zeggen, ritmisch door met haar werk.

Geïrriteerd liep ik richting uitgang. Buiten, vlak na de schuifdeuren stond de man in bruine jas weer. Hij keek me aan, lachte en wenste me een fijne avond. Ik voelde me schuldig dat ik geen kleingeld voor hem had.

Sinds wanneer is de enige beleefde persoon bij de AH degene die niet betaalt krijgt?

© Tanya Kangur
19-2-2009

0 reacties:

Een reactie plaatsen