Het schijnt dat ik nogal belabberd auto rijd. True, inparkeren kan ik niet, ik zet de auto liever 100 meter verder dan dat ik een poging waag, ik rijd regelmatig een paar blokken met de handrem erop en ik weet na al die jaren nog steeds niet hoe de raamverwarming werkt zodat ik wel eens 5 minuten aan de kant van de weg sta totdat de ruit vanzelf weer doorzichtig is.
Maar ik was altijd in de vooronderstelling dat ik daar niet de enige in was. Er begonnen bij mij belletjes te rinkelen toen mijn beste vriendin liever alleen op en neer naar Rotterdam reed dan mij achter het stuur te laten, mijn ouders me alleen in de lease bak lieten rijden en niet in hun eigen auto en toen zelfs mijn opa, die nog nooit van ‘voor, naast en over je schouder kijken’ heeft gehoord, zijn 20 jaar oude Mazda liever naar de sloop deed dan hem aan mij cadeau te doen.
Maar ik heb toch echt mijn rijbewijs gehaald, dus dan zou ik toch moeten kunnen autorijden? Om een probleem op te lossen moet je terug naar het begin van alle ellende gaan.
Mijn eerste ervaring in een auto was op mijn 16e. Ik woonde op dat moment in Amerika en kreeg op een gegeven moment de sleutels van onze oude jeep in handen met het commentaar “give it a try”. Ik luisterde goed naar de instructie en klom achter het stuur van de jeep, die geparkeerd stond op een weiland naast een cross-county weggetje in de buurt van Table Rock, Nebraska. Ik trapte de ‘clutch’ in, bestudeerde het bolletje op de versnellingspook, bewoog de stick richting de 1, ergens links onderin, en gaf langzaam aan gas.
Zachtjes begon de jeep te rollen. Maar niet richting het weiland waar ik naartoe wilde, maar achteruit richting de openbare weg. De weg was rustig maar vanuit de verte kwam er verkeer aan dat ongetwijfeld van plan was het zelfde stukje straat te nemen als waar ik overheen rolde. Van buiten de auto werd er nog geroepen dat de knop van de versnellingspook er verdraaid op zat en dat ik moest schakelen naar linksboven, maar de auto bleef maar doorrollen en in paniek wist ik niet meer wat voor of achter was. Net op tijd trok de eigenaar van de jeep de deur los, duwde mij van mijn plek en stuurde de auto weer richting weiland.
In Amerika heb ik nooit meer auto gereden. Zelfs niet in een automaat.
Terug in Nederland kreeg ik op mijn 18e rijlessen. Mijn ervaring van een aantal jaren ervoor stond me nog goed bij en ik was strontnerveus voor mijn eerste les. Het was een avond in januari en het sneeuwde buiten. De instructeur haalde me op bij huis en liet me meteen een stuk de stad uit rijden over een bosweg, waardoor ik als een bang konijn achter het stuur zat.
Toen ik aangaf dat dit nou niet bepaald was wat ik verwachtte van een eerste les kreeg ik de instructie om naar een afgelegen parkeerterrein te rijden. Ik mocht oefenen met het schakelen naar de 1 en van de 1 naar de 2. Dit was meer wat ik als beginneling graag deed maar na een half uur was ik er wel klaar mee. Mijn rij-instructeur niet. Ik deed het ‘met te weinig souplesse’ dus ik mocht het nog wel een half uurtje oefenen. En nog één. En nog één.
Zo ging mijn hele eerste les voorbij op een parkeerterrein.
De week daarop werd ik weer opgehaald. Mijn instructeur zat zelf achter het stuur en voor ik het wist zaten we weer op het parkeerterrein, en daar mocht ik weer oefenen.
Aan het eind van de twee uur liet ik doorschemeren dat ik het nu wel genoeg vond op zo’n parkeerplaats. Voor de variatie mocht ik daarna dus les 3 leren schakelen rondom een blok huizen.
Na afloop kreeg ik van hem te horen dat hij al enkele weken wist dat zijn contract niet verlengd werd en als ‘wraakactie’ had besloten niemand meer fatsoenlijk les te geven. “Succes met de rest van je lessen” kreeg ik nog mee.
Mijn tweede instructeur was niet veel beter. Tijdens het rijden, wat ik dit keer zelf mocht doen op de openbare weg, kreeg ik continue verhalen te horen over zijn affaire met de nieuwe instructrice. Soms belden ze tijdenlang met elkaar, soms mocht ik meeluisteren als ze op de hands-free stond en soms zat ze zelfs bij ons in de auto. “Zo kon ik leren rijden met passagiers” was wat hij letterlijk zei.
Toen hij erachter kwam dat zijn vriendin zwanger was, was de lol hiervan af.
Wanneer ik opgehaald werd van huis door degene die voor mij les had, maakte hij nog wel regelmatig een opmerking richting de achterbank als “Deze rooie en ik hebben een geheime romance in het weekend” of hij keek mij aan en zei zwoel “Vanavond weer gezellig saampjes, schat?”’. Dit zorgde voor veel gelach naast en achter mij en ikzelf die, met een rood hoofd, probeerde de wagen fatsoenlijk op de weg te houden.
De dag voor mijn afrijden kreeg ik nog een extra les. In plaats van het gebruikelijke rondje rijschool, CBR, autobaan, bosweggetje, gingen we dit keer langs een autowasserette en een tankstation. Bij deze eerste kreeg ik het voor elkaar de auto zeker 2x te laten afslaan en hij het winkeltje van het tankstation moest ik een broodje kopen omdat mijn instructeur vond dat ik het type was dat ‘hele McDonalds maaltijden naar binnen werkte achter het stuur’. Met in één hand een broodje moest ik richting het CBR rijden.
Die dag zakte ik.
Tijdens de evaluatie op de rijschool vertelde ik hoe mijn lessen verlopen waren. Vooral het gedeelte over de toespelingen van mijn instructeur deden het erg goed bij de rijschoolhouder maar ook bij mijn vader, degene die de lessen betaalde, die naast mij zat. De blik in zijn ogen was voldoende om de rijschoolhouder peentjes te laten zweten en terplekke kreeg ik zes gratis lessen, plus de garantie dat ik dit keer ging slagen. Anders zou hij de examenkosten op zich nemen.
Mijn oude rij-instructeur zou mij geen les meer geven. Ik kreeg een vrouw. En niet zomaar één, maar één die prima had volstaan als pits-poes alleen blijkbaar toch liever zelf achter het stuur zat. Rustig legde zij mij in zes lessen meer uit dan ik tot dan toe geleerd had maar echt goed rijden kon ik nog steeds niet.
Na een paar weken moest ik weer examen doen. De mannelijke examinator had vanaf het begin al meer oog voor mijn instructrice dan voor mij en ze vroeg hem dan ook of ze mee mocht rijden tijdens mijn examen. Geen probleem uiteraard.
Ze nam plaats op de achterbank recht achter mij waar ze net te zien was voor de examinator als hij zijn hoofd bijdraaide. Bij het wegrijden keek ik over mijn schouder. Mijn instructrice gaf me een dikke knipoog, trok haar jas uit en onthulde een decolleté waar iedereen, inclusief de examinator ‘U’ tegen zou zeggen.
Die dag slaagde ik.
© Tanya Kangur
woensdag 30 januari 2008
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)

2 reacties:
Gefeliciteerd! Trouwens, het kan altijd erger (http://freespirit86.web-log.nl/mijn_weblog/2008/01/163e_rijles.html)
nou ik vind het erg voor je dat je op zo'n manier hebt moeten lessen en slagen. maar ik neem aan dat je zelf ook niet had verwacht dat je door de koplampen van je instructrice zou slagen. ;-)
Een reactie plaatsen