donderdag 1 november 2007

Wolkjes

Tijdens mijn laatste stapavond mocht ik er weer aan geloven. Onder het genot van een drankje zat ik te luisteren naar de avonturen van één van mijn liefste vrienden. 9 van de 10 dingen die hij zegt zijn positief en optimistisch en met de minuut werd mijn hoop in het mannelijke geslacht hersteld en werd mijn wereld weer een beetje mooier.

Liefde voor vrolijke vrouwen, het geluk in kleine dingen, alleen maar en dan ook echt 100% gaan voor het ultieme, het kwam allemaal voorbij. Ik waande mij in Alice-in-lui-lekker-en-gelukkig-land, opeenvolgend veroorzaakt door het tijdstip, mijn glas bacardi en de persoon tegenover mij. Al met al zorgden deze dingen ervoor dat wij op een vriendschappelijk roze wolkje zaten.

Het leek te mooi voor woorden, en dat was het ook. Piet Paulusma voorspelt ook nooit alleen maar zonneschijn, en jawel, toen mijn roze wolk even richting de bar verdween voor nieuwe drankjes kwam er in de verte een donkere wolk aangedwarreld.
Hij nam plaats aan onze tafel.

Ik herkende de man van een oude foto waar ik samen met hem en zijn vriendin opstond. Een gelukkig stel, zo verliefd als maar kan. Maar zoals het ook met oude foto’s gaat; je herkent de mensen nog wel, maar de gele waas geeft aan dat tijd verstreken is en dat alles nu anders kan zijn.

Hij vroeg wat ik dronk. Spa blauw vanaf nu. Vraag nummer twee was, hoe verrassend, waarom ik water dronk. Het antwoord dat ik dat deed omdat híj al voor meer dan twee had gedronken zou niet goed gaan vallen dacht ik, gebaseerd op de loensende blik in zijn ogen, dus negeerde ik zijn vraag en begon over een ander onderwerp. Ik kwam ermee weg, hij wist zelf ook niet meer wat zijn vraag was.

Het gesprek verliep verder vlotjes en standaard; “Studie in orde? Ja? Ja, mijn werk ook. Nog feestjes bezocht de laatste tijd?”. Ik was al bijna positief verrast over de neuke-loosheid waarmee zijn conversatie-poging verliep, maar jawel, na 5 minuten werd het S-woord eindelijk door hem op tafel gegooid. Ik probeerde duidelijk te maken dat het bespreken van mijn sexleven van mij niet zo nodig hoeft midden in de nacht, maar hij vond van wel.

Zijn lichaam begon steeds meer naar links te hellen, richting de kruk waarop ik zat. Eventjes dacht ik nog dat hij voor de stabiele zijligging op de kroeg-vloer ging, maar het was een bewuste move mijn kant op, want na een paar seconden voelde ik de zwaarte van zijn lijf tegen mijn schouder aanhangen. Ik keek hem aan in de hoop dat hij gewoon fysieke ondersteuning zocht door zijn beschonken toestand maar ook dat was het niet. Deze houding was blijkbaar ter ondersteuning van ons gesprek.

Door de jaren heen heb ik geleerd dat het maken van lompe grapjes wat afstand creëert, maar niet hier. De afstand tussen zijn hand en mijn knie werd minimaal. Ik voelde gewrijf op half 7 en een dronken, hijgende lach te dicht bij mijn oor. Zelfs mijn altijd winnende opmerking “Heb jij wel gedouched vanmorgen?” miste zijn doel bij deze donderwolk.

Waar ik al bang voor was, gebeurde, het onweer barstte los. “Hypothetisch gezien hè” vroeg hij, “wat zou je doen als een bezette man je uitnodigde voor een vluggertje in het toilet?” en zijn linkerhand begon steeds harder mijn knie te boenen terwijl hij richting de mannen wc knikte.

Enorm opgelucht dat deze vraag slechts hypothetisch was boog ik naar hem toe. “Hypothetisch gezien” fluisterde ik in zijn oor, “maar dan bedoel ik ook echt hypothetisch en niet dat je de verkeerde indruk krijgt, zou ik op dat moment nog liever die asbak daar leeglikken dan op dat voorstel in te gaan”.

Ik verwachtte een botte opmerking terug, iets gemeens, wat dan ook, op zijn minst een frons van onbevredigdheid. Maar nee, een grote lach kreeg ik cadeau. Het leek wel kerstmis.

Ik geloof in het goede, ik geloof in het weerbericht; na regen komt altijd zonneschijn, desnoods zorg ik daar hoogstpersoonlijk voor en dus zwaaide ik richting mijn roze-wolk. Hij kwam aangewaaid vanaf de bar en schoof zichzelf voor de storm zodat ik me niet meer hoefde te verschuilen.

Nog even had ik de neiging om zelf voor een plaatselijke regenbui met mijn spa blauw in het schoot van onbetrouwbare man zeshonderd-en-zoveel te zorgen, maar hij moest nog naar buiten door de kou.

Ik kreeg medelijden met het zonnetje dat thuis op hem zat te wachten en hem weer zou gaan moeten opwarmen.

© Tanya Kangur

2 reacties:

Fire zei

Wat een zelfbeheersing! ...ik had het denk ik als mn plicht gezien betreffende even flink te laten afkoelen. Al zou het buiten nog vriezen!

...Dat roze wolkje zou je misschien in de gaten moeten houden? Blijvende bewolking heb je in de herst wel vaker ;-)
Vrolijke groet

Tanya zei

Tja.. ik ben geen wereldverbeteraar ;)

Een reactie plaatsen