vrijdag 28 september 2007

Samen de herfst door

Helaas ben ik regelmatig slachtoffer van het nationale debacle dat de Nederlandse Spoorwegen heet. Voor sommige van mijn activiteiten ben ik verplicht gebruik te maken van de uitmuntende service die dit succesvol geprivatiseerde bedrijf mij te bieden heeft.

Als klein kind vond ik het nog machtig mooi om eens in de zoveel tijd met mijn oma een treinreisje te maken. Samen op familie bezoek in Amsterdam of boodschappen in Enschede doen waren hele ondernemingen waar ik flink van onder de indruk kon zijn. Mijn zusje en ik werden geïnstalleerd op een bankje en werden vervolgens volgestopt met snoep uit het langskomende karretje. Treinreizen was toen nog leuk, het voelde echt nog als ‘op reis gaan’ en in mijn hoofd waande ik mij op weg naar een exotische bestemming.

De laatste paar jaren is de lol er nogal af. Nu moet ik verplicht en is het geen leuk reisje meer. alhoewel de NS dat exotische er wel in heeft weten te houden. De NS doet namelijk aan vervoer op de India manier, en hierbij doel ik niet op de bestemming maar meer de wijze waarop vervoerd word. Wekelijks flitsen voorafgaand aan mijn reis beelden van overvolle coupés en mensen die op treindaken meereizen door mijn hoofd.

Ook nu ik na de zomer weer in Groningen zit mag ik er weer aan geloven. De NS heeft daar een hele mooie slogan voor ‘Samen de herfst door’, las ik ooit ergens. Samen. Ja sámen dat is het zeker.

Mij ga je niet vertellen dat er bij de afdeling logistieke planning niemand zit die op de hoogte is van het feit dat op vrijdag studenten het noorden massaal verlaten om hun ouders elders in het land te gaan bezoeken.
Het is standaard prik, iedere student weet het: op vrijdagmiddag ben je ruim een kwartier van te voren aanwezig, zo niet dan veranderd de slogan van ‘Samen de herfst door’ naar ‘Samen de trein door’ en kan je met tientallen mede passagiers op onderzoek naar die laatste vrije stoel.

Twee weken geleden stapte ik door gebrek aan planning in een overvolle trein richting Zwolle. De gehele tweede klas zat vol. Zo vol zelfs dat niet alleen de tussengedeeltes onbegaanbaar waren maar ook de gangpaden deden denken aan veevervoer.
Natuurlijk zijn er altijd mensen die wél een zitplek hebben maar spontaan een blaasprobleem krijgen en geen uur zonder toiletbezoek kunnen, dus ik zag het al aankomen: de hele reis zou een gewring en geschuif van lichamen worden.

Nadat ik door mijn medereizigers naar mijn nieuwe standplaats was geduwd, zag ik ineens een lege stoel. Verheugd over het feit dat ik toch geen uur zou hoeven te staan, wilde ik mijn jas neerleggen om mijn territorium af te bakenen. Toen begon er iets te knagen; de omgeving rondom deze stoel was brandschoon, de bekleding was niet gemaakt van plakplastic en mijn toekomstige buurman zou met zijn drieledig pak niet misstaan als topman van bovengenoemd bedrijf. Ik bevond mij in de eerste klas.

In de afgelopen jaren heb ik al meerdere malen aanvaringen gehad met ijverige NS medewerkers en ook dit keer voorzag ik problemen als ik ongeoorloofd plek zou nemen in dit voor mij verboden gebied. Zitten op de vloer was geen optie aangezien dit mij een aantal weken terug een aantal mooie kauwgomvlekken op mijn achterwerk had opgeleverd. Ik bleef dus staan.

De man in pak sprak mij aan. “Waarom gaat u niet zitten, er is hier plek” Onder de indruk dat ik ineens een U was geworden door alleen maar in de buurt van overprijsde zitplekken te gaan staan, werd de verleiding steeds groter om toch te gaan zitten. Helaas kan ik door mijn huidige financiële situatie niet eens treinreizen buiten mijn OV tijden om, laat staan een extra duur kaartje plus boete betalen dus ik bleef waar ik was en legde hem mijn dilemma uit.

Vanuit mijn ooghoek zag ik ineens iets blauws. Het blauw werd gesierd met een rood randje en een petje en daaronder zag ik een gezicht dat duidelijk iets te vaak op een fluitje had geblazen. Deze NS-er zat te genieten van zijn ongetwijfeld welverdiende pauze, maar daar ging verandering in komen. Ondanks de drukte zou ik hem met 2 strategisch geplaatste passen kunnen bereiken.

Met mijn vriendelijkste glimlach benaderde ik de man en vroeg hem of ik plaats mocht nemen in de 1e klas want “staan was zo vermoeiend op mijn hakken en ik had toch ook recht op fatsoenlijk vervoer want mijn OV kaart wordt gekort op mijn studiebeurs en dus betaalde ik net zo hard voor een plekje?”
Nee. Nee, nee, nee. De NS-er was niet in functie en kon niets voor mij betekenen, hij was hoofdconducteur af en dat specifieke personeelslid moest ik toch echt hebben voor dit soort verzoeken. Als er écht geen plek meer was dan werd het wel omgeroepen.
Toen ik hem voorstelde om aan de 15 staande personen in deze coupé mee te delen dat de trein stiekem niet écht vol zat, nestelde hij zich nog eens uitgebreid in zijn stoel en draaide zich ongeïnteresseerd richting het raam. Oh, als tip, zei hij met een vuil glimlachje, kon ik misschien even door de trein lopen en zelf op zoek gaan naar de conducteur. Initiatief nemen noemde hij het.

Hoe graag ik ook terug wou naar mijn oude standplek bij man in pak, bewegen kon niet meer. Achter mij stond een student met grote rugzak en voor mij had een meisje de vloer bezaaid met haar studieboeken. Ik was genoodzaakt de rest van deze treinreis door te brengen naast de NS-er. Bij iedere bocht zag ik hem een lachje onderdrukken als hij mij zag worstelen om rechtop te blijven staan.

Ruim drie kwartier later zag ik vanuit het raam de windmolens verschijnen die aangaven dat we bijna in Zwolle waren. Mensen begonnen op te staan om hun bagage te pakken en ook mijn nieuwe NS-vriend begon in het rek boven zich te graaien. Ik probeerde nog een stabiele houding aan te nemen maar door alle beweging om mij heen zag ik het onheil al aankomen. De trein maakte vlak voor Zwolle een laatste spoorwisseling en ik voelde mijzelf voorover vallen. De man sperde zijn ogen wijd open en probeerde nog weg te duiken. Tevergeefs...

Samen vlogen wij de trein door.

© Tanya Kangur

1 reacties:

Fire zei

Een treinritje is inderdaad niet meer wat het geweest is..... (Van achter de geraniums denkt Fire met weemoed terug aan vroeger). Als medegebruiker van het Ondragelijk Vervoer herken ik uw kwellingen. Zo stonden van de week na een flinke regenbui ik en zo'n 60/70 kletsnatte medestudenten in een bus. Samengeperst als sardientjes werden we uiteindelijk aan de ultieme kwelling onderworpen toen een brugpiepertje van achterin de bus besloot dat hij samen met zijn enorme schooltas... één halte voor het eindpunt.. wilde uitstappen.... meestal staat je alleen zo dichtbij op iemand anders als je heel andere dingen aan het doen bent..

Een reactie plaatsen